Verscherpte toegangscontrole

Dit document is een handreiking voor de bepaling van de criteria voor de toekenning van een art. 24 status. We hebben geprobeerd aan te sluiten bij bestaande criteria. Verder trachten we criteria te formuleren die eenvoudig zijn te controleren en die niet inhoudelijk te veel discussie of onderzoek opleveren.

Uitgangspunten:
1) Instellingen die via de art. 24 status belastingvoordeel krijgen, maken daarmee in feite gebruik van publieke gelden. Daarom moeten gegevens over deze organisaties ook publiek beschikbaar zijn. Dit kan via het bestaande KvK systeem en/of via een systeem van de Belastingdienst. In de USA bijvoorbeeld, moeten alle goede doelen met een jaarinkomen boven de 5.000 dollar zich registreren. Boven de 25.000 dollar moeten ze hun belastingaangifte filen, dit is publieke informatie. Boven de 35.000 dollar moeten ze een “audited report” filen. Zowel overheid als burger hebben dan beter inzage de basisinformatie betreffende de stichtingen en verenigingen. Dit heeft als bijkomend voordeel extra beschikbaarheid van informatie voor bijvoorbeeld terrorismebestrijding.
2) Het certificaat wordt toegekend aan een instelling, niet aan een activiteit.
3) Onderstaande criteria zijn zowel van toepassing op fondsenwervende instellingen, als op vermogensfondsen en zogenaamde “hybride” fondsen.
4) Als basis nemen we de huidige basiseisen voor rangschikking onder art. 24 als “algemeen nut beogende instelling”, met als toevoeging dat geen uitzonderingen meer zijn toegestaan, wat nu af en toe wel schijnt te gebeuren.

Criteria:
Huidige art. 24 basiseisen:

  • Het doel en de feitelijke werkzaamheden van de instelling dient een algemeen belang te hebben. (Dus geen particuliere belangen, die van een groep leden, of commerciële belangen).
  • De instelling dient in Nederland te zijn gevestigd.
  • De instelling beoogt geen winst.
  • De instelling dient statutair minimaal 3 bestuursleden te hebben.
  • Het bestuur dient onafhankelijk te zijn. Een eventuele aanwezige relatie van de bestuursleden moet altijd een minderheid vormen. Onder relatie wordt verstaan:

– familieleden tot en met de 4e graad;
– gehuwden;
– samenwonenden.

  • Bij stemming in vergaderingen zijn de stemmen van de bestuursleden van gelijke waarde.
  • Bestuursleden ontvangen geen beloning/een onkostenvergoeding die niet bovenmatig is toegestaan.
  • Een eventueel batig saldo bij liquidatie van de instelling dient besteed te worden overeenkomstig het doel van de instelling of dient besteed te worden door een ander algemeen nut beogende instelling.
  • Jaarlijks dient een financieel verslag (jaarstukken) te worden ingeleverd bij de inspecteur die controleert of de feitelijke werkzaamheden overeenstemmen met het in de statuten genoemde doel.

Extra criteria:

  • Een instelling moet in de praktijk voor 100% (niet 50 en niet 90%) het “algemeen nut” nastreven.
  • De jaarrekening van instellingen boven de 50.000 euro moeten worden goedgekeurd door een wettelijk bevoegde accountant.
  • Jaarstukken moeten ook worden ingeleverd bij de Kamer van Koophandel.
  • Bij KvK goede categorie indeling maken (soort organisatie, fondsenwervend, uitvoerend etc.) en doelomschrijving opgeven.
  • Het financieel jaarverslag moet integraal worden gepubliceerd. Dit gebeurt zowel bij/door de KvK als door de organisatie zelf (evt. met link naar KvK). Door publicatie op internet is het voor iedereen eenvoudig bereikbaar.
  • Inkomsten moeten worden uitgesplitst naar bron. Dus bijv. overheidsbijdragen, subsidies, uitkeringen van vermogensfondsen en inkomsten uit loterijen apart vermelden.
  • De organisatie streeft naar zo laag mogelijke kosten. Een model voor uitsplitsing van de kosten volgt n.a.v. diverse commissies die zich daar nu over buigen (Wijffels, CBF, richtlijn jaarverslaggeving, Donateursvereniging, VFI). Voorstel: laat voorlopig goede doelen in hun jaarverslag en op internet in ieder geval aangeven hoe hun bestedingen zijn verdeeld over 5 posten (fondsenverwing, voorlichting, administratie/kantoorkosten, besteed aan doelstelling en onttrokken aan of toegevoegd aan vermogen). Dit totaal moet 100% zijn en de verdeling moet door de organisatie worden toegelicht.
  • De kosten voor fondsenwerving mogen maximaal 50% per jaar bedragen. Dit percentage laat ruimte voor kleine organisaties en beginnende organisaties die hun fondsenwerving willen opstarten. Door dit principe te hanteren kunnen organisaties nooit meer geld uitgeven dan het bedrag dat ze ophalen.
  • De informatie op basis waarvan fondsen worden geworven moet eerlijk en volledig zijn en in overeenstemming met het bestedingsbeleid.
  • Organisaties die zich schuldig maken aan strafbare feiten (waaronder terrorismefinanciering) komen uiteraard niet in aanmerking voor fiscaal voordeel en worden door de Belastingdienst op een (publieke) “zwarte lijst” geplaatst.
  • Richtlijnen voor integriteit van het bestuur worden geformuleerd i.s.m. de commissie Wijffels en naar voorbeeld van de AFM.
  • Een toets voor bestuurders van grote instellingen. Bestuurders en hun nevenfuncties moeten worden ingeschreven in het bestuurdersregister (op te zetten door/i.s.m. KvK, naar voorbeeld van het systeem dat al bestaat voor rechters, zie http://namenlijst.rechtspraak.nl/ en www.rechtspraak.nl
  • Nevenfuncties moeten (half)jaarlijks worden ge-update.
  • Vermogen: Herkstroter aanhouden; “pas toe of leg uit”.